|
Overpeinzingen
uit het verleden .
Ik denk nog terug aan vroeger dagen Toen "Fijt" nog rondreed met een hondenwagen
En al was hij dan zeer slecht ter been Hij trok trouw naast de hond het karretje mee.
In die buurt woonde ook
de "Kromme Bas" Die ook van dat vak bezeten was.
Er heerste in die buurt een hechte trouw Want "Fijt" leende aan de "Kromme" zelfs zijn vrouw.
En "Dorus Prop"
in diezelfde rij. Die bond de bezems nog van hei.
Benevens deed hij stoelen matten. Hij ging zich ook wel eens bezatten.
En "Grardje
Bas" met zijn vrouw. waren ook dagelijks op sjouw.
De eenvoud sierde deze mensen. En ze hadden maar weinig te wensen.
En dan "Ties
Prop" niet te vergeten Veel boeren hebben 't wel geweten.
Want Ties die keek nie krek zo nauw Ties laadde nog wel eens wat op zijn karretje gauw.
Dan hedde nog "Driek
de Sigaar". Die reed rond met een hittekaar.
En op zijn wagentje had hij een hok. Daarin stond een schrale geitenbok.
Er was bij een geit wat
loos. Was dat de liefste wat die bok verkoos.
Dat aardigheidje met die geit Het koste maar een kleinigheid.
Want voor een
stuivertje per keer. Klaarde hij dat karweitje weer.
En Driek en de bok alle twee voldaan. Dan werd er weer verderop gegaan.
In een schamel hutje op
de Bovenste Huis. Voelde Hanneske "het verrekske" zich heel goed thuis.
Hij vlocht daar voor den boer de mand. Om aardappelen in te rapen op het land.
En "Toon
Koffie" op dien hoek aldaar. Vlocht ook manden in elkaar.
Het waren niet alleen maar juwelen. Veel waren het schotse en schele
En "Peerke
Poet" boerde op het Franse Pad. Hij werd dat boeren moe en zei "Het is zat"
Toen kocht hij zich een nieuw geweer. Maar hij miste de hazen elke keer.
Ten einde kocht hij een
levende haas. En bond langoor in de tuin daar vast.
Hij legde aan, schoot, maar helaas. Schoot het touwtje door, weg was de haas.
Dan was er "Driek
Jochems", die ferme baas. Die ging ook dagelijks op den haas.
Maar Jochems fopten ze soms wel. Soms schoot hij op een neergelegd vel.
Het ging er vroeger
gemoedelijk aan toe. Men molk nog met de hand de koe.
Men dorste met de vlegel nog het koren. En ploegde nog met het paard de voren.
Jaarlijks werd een
varkentje geslacht. Het beste stuk werd naar de pastoor gebracht.
Die kon dan heerlijk zitten te smullen. Van die arme mensen hun gekregen spullen.
En kapelaan Lombarts in
de oude kerk Had met zijn preek een heel uur werk.
Hij sloeg op de preekstoel en preekte fel. Over het vagevuur en over de hel.
En onze pastoor Jos de
Raad. Was bezorgd over meisjes laat op straat.
Hij regeerde dan ook met strakke hand. En bracht dat vermanend aan hun verstand.
Aan dansen had de pastoor
een broertje dood. Hetgeen hij dan ook streng verbood.
Hij beschouwde dat als duivelswerk. Zo preekte hij zondags in de kerk.
De nonnekens hier in die
tijd. Zij ijverden steeds voor goede zedelijkheid.
Maar toch een nonneke uit hun midden. Begon "Piet de Huisknecht" vurig te beminnen.
Nou ja een mens is niet
van steen. Want al ras ging 't nonneke met "Piet" heen.
Olland werd hun nieuwe domein. Daar zou een Thuis voor beiden zijn.
Vroeger werd den herd
gezand. Neven de stoelen en de kast een versierd rand.
En de vrouwen droegen zondags op hun kop. Een witte muts met daar een poffer op.
En "Janus de
Kromme" de "Kluizenaar". Bewoonde een hutje in de bossen daar.
De armoede bleef hem niet bespaard Maar de humor bij hem bleef bewaard.
"Toontje Groesbeek"
en zijn vrouw "Jans van Daal". hadden brood en winkelwaar allemaal.
Omwonenden kochten er heel wat. Vaak moest het ook wel op de "lat".
En "Thijs den
Brouwer" in 't dorp alhier. Brouwde een best kwaliteit bier.
Persoonlijk vervoerde hij het gerstenat. Met een lange stootkar en per vat.
De armste mensen met de
hoogste nood. Zij kregen ook wel eens een brood.
Maar eerst moest de H. Mis worden bijgewoond. Eer de gulheid werd betoond.
Als er een rijke was
overleden. Moest eerst voor zijn zielenrust worden gebeden.
Daarna wachtten ze geduldig in een rij. Zij kregen een brood, maar spek was er niet bij.
Vroeger werd ook H.
Sacramentsdag gevierd. Een optocht met vaandels en bloemen versierd.
En 's middags was het meidenmert. Nou dat was echt de moeite werd.
De jeugd ging dan danig
aan de zwier. Een verschalkte menig glaasje bier.
Soms liep het ook wel uit de hand. "Foei ", zei de pastoor, "'t is grote schand".
En als er dan gesnoept
was van de verboden vrucht. Dan gaf de pastoor je ervan langs geducht.
Dan stond je lelijk voor aap. Overal was je dan "Het zwarte schaap".
"Dorus den Dupper"
was ook steeds in touw. Hij verkocht "Zweens" koffie aan menig vrouw.
Hij leurde met een korf on zijnen nek. Vaak had hij het schuim dan "op de bek".
"Driek Strijbosch"
sleet ook zijn koloniale waar En vervoerde die met een ezel voor zijn kar.
Alles was toen kleinschaligheid. Het vervoer was er erg goedkoop die tijd.
De "Sneukelder"
was ook vindingrijk. Die sjouwde met zijn kruiwagen door het slijk
Hij sjouwde van hier naar daar. En sleep voor de vrouwen hun schaar.
"Has Prop" had
hetzelfde vervoer. Ging ook met de kruiwagen langs de boer.
Hoe voer dagelijks af en aan. Zo bracht hij de textiel aan de man.
En "Fikske van de
Ven" voer die tijd met een hitje. Hij verkocht af en toe een bitje.
Maar kon het eigenlijk niet goed klaren Hij moest stoppen met winkelkar varen.
En "Karske"
woonde in de Boekelse straat. In de smidse die er nog steeds staat.
Al was zijn bedrijfje dan niet groot. Hij verdiende toch zijn dagelijks brood.
Bij "Pietjes"
winkeltje in de straat. Daar hielden ze de vrouwen aan de praat.
Het was goed toeven in hun zaak. Een bakje koffie daar was altijd raak.
En bij familie "De
Leest" daar in de straat. Hielden ze de mensen ook aan de praat.
Je hoorde er veel moppen tappen. Men kon genieten van hun grollen en grappen.
Bij "Piet de Kauwe"in
diet tijd. Werd veel gekaart en nieuws verspreid.
De Sterkste verhalen over vroeger daar. Kwamen vaak van den oude "Dorus Kandelaar".
En "Hannes de
Krep" was ook niet mis. Had een klein boerderijtje met daarnaast een smids.
Mie kookte de pot en molk de koe. Geen luxe daar, nee dat was taboe.
Bij Hannes Bijvelds en
vrouw "Teut Preek". Had men wat op een cafe geleek.
Het kon er heel gezellig zijn. Bij een biertje of een glas wijn.
Grardje Peters spande
voor de kar een koe. Naast haar werk, kreeg Grardje nog melk toe.
Kijk dat was toch ideaal. Die vindingrijkheid allemaal.
En de familie Kandelaars
uit de Boekelse hei. Die boerden en deden er slachten bij.
Ook dakbedekken hadden ze goed in de hand. Van
stro en rietbewerking veel verstand.
En bij "Driek Knuf"
zag men voor het raam. Nog van die dikke snoepflessen staan.
De kinderen kregen daar in hun hand geteld.Vijf zwarte babbels voor een
cent.
En "Hanne Bongers"
was dag en nacht in touw. Of er ergens een baby komen wou.
Daarbij heeft zij het nog geflikt. Dat zij drie mannen heeft gestrikt.
En als Toon Kandelaars
zong in het koor. Dat werd gewaardeerd, het was prachtig
hoor.
Zijn gezang klonk als een nachtegaal. En "Karel van Maren"
dirigeerde het allemaal.
En "Driekes Peerkens"
deed goed werk. Hij ging met de schaal rond in de kerk.
Een koperen schaal met een lange steel. Maar de opbrengst was nooit niet
zoveel.
De kruisjes op de
begraafplaats van de armen. Staken schril af tegen de grafzerken van
marmer.
Het verschil tussen arm of rijk was groot. Maar geen nood, de rijken
gingen toch ook dood.
"Harrie van
Cox" had een bevoorrechte baan. Als kassier van de
boerenleenbank stelden ze hem aan.
Maar als men bij hem kwam om geld te vragen. Moest men met twee
borgen komen opdagen.
En "Haske de
Spijker" ook een hel ding. Vaak dat hij 's-avonds nog het velld in
ging.
Al was het misschien voor de aardigheid. Maar een haasje strikte hij
ook op tijd.
En Nol Thijskens bewerkte
zijn keuterij. Hij had twee oude koeien op stal in de rij.
De Thijskens waren nog zeer van de oude
stempel. Doch Nol en Drieka bezochten trouw de tempel.
En Mie Verkuylen op de
Bovenstehuis aldaar. Ontfermde zich vaak over de bedelaar.
Maar de dankbaarheid van hen was niet zo mooi. Want Mie vond de
uitwerpselen daarna in het hooi.
Jan van de Ven woonde op
de Run. Hem ging het vaak ook nogal dun.
Met een gezin van 16 kinderen totaal, Het was zwaar om te zorgen
voor hen allemaal.
En in Boekel bij
"Familie de Sjakke". Kocht men tabak in eenpondspakken.
Bij iedere pak kreeg je dan als present. Een aarden pijpje voor
zestig cent.
De "Sneukelder"
al eerder vermeld in dit verhaal. Werd wreed vermoord, wat een schandaal.
De buit was schraal, de daad dus zonder gronden. Door de bruten werd
slechts 35 cent gevonden.
Dit waren nog
herinneringen. Over mensen en
over dingen.
Over hun wel en over hun wee. Ik draag het in mijn
herinnering mee.
De mensen waren arm en zeer bescheiden.
Trotseerden hun armoe en hun lijden.
Er bestond toen geen winstbejag. Zoals dat gaat vandaag de dag.
Ze hadden toen nog respect voor een ander. Ze
leefden met en voor elkander.
Afgunst was er toen geen. En ieder waardeerde
iedereen.
Dit is nu een waar verhaal. Geschreven in eenvoudige
taal.
Sommigen komt het misschien te pas. Te weten
hoe het vroeger was.
Harrie Vesters
(Publicatie Wanmeule7 van 25 juli 1993) |